Zeven eeuwen oud
Bij het dorp Olst, verscholen in het eeuwenoude groen en op een paar honderd meter van de IJsseldijk tussen de hanzesteden Deventer en Zwolle, ligt havezate De Haere. De havezate – met deze term wordt een landelijk (en soms versterkt) huis aangeduid waarvan de protestantse bewoners speciale rechten genoten – vormt al zeven eeuwen het centrum van het landgoed De Haere. Het huis en landgoed kennen een bewogen geschiedenis die teruggaat tot de veertiende eeuw. Al in 1329 wordt De Haere in een akte genoemd. Daarin wordt gesteld dat Roderik van Voorst, een roofridder die tot het kasteel Rechteren (bij Dalfsen) behoort, bij het overlijden van zijn tante het goed De Haere zou erven. De huidige havezate, gebouwd op een rivierduin, was destijds niet meer dan een boerenhoeve met landerijen en visserijen.
De familie Van Oldeneel
Een halve eeuw later, in 1445, wordt De Haere verkocht aan Hendrik van Oldeneel, schepen van de stad Deventer. Nog eens honderd jaar later is De Haere eigendom van diens kleinzoon, die ook Hendrik heet. Deze Hendrik wordt in 1549 als edelman opgenomen in de Ridderschap van Overijssel. In 1559 legt hij de fundamenten voor het huis dat de kern van de huidige havezate vormt. Van een slotgracht is dan echter nog geen sprake.
In 1582, de Tachtigjarige Oorlog is dan in volle gang, komt De Haere in handen van Hendriks kleinzoon: Joachim van Oldeneel. Van hem is bekend dat hij in 1595 een vergadering bezoekt van Nederlandse edelen die samenspannen met de Spaanse bezetter. Joachim blijft ongehuwd en bij zijn overlijden gaat De Haere over naar zijn broer Johan van Oldeneel. Deze Johan wordt net als zijn voorouders lid van het Ridderschap van Overijssel. De Van Oldeneels zijn katholiek en als in 1621 een nieuwe eis van kracht wordt dat leden van de Ridderschap van Overijssel lid moeten zijn van de protestantse kerk, weigert Johan daaraan te voldoen. Daardoor wordt hij gedwongen afstand te nemen van het Ridderschap.
Wanneer de laatste Van Oldeneel, Derk, in 1675 ongehuwd maar niet kinderloos (!) sterft, gaan landgoed en havezate over naar zijn neef: Jan van Coeverden. De familie Van Coeverden heeft De Haere tot 1746 in bezit.
De familie Van Suchtelen
In 1746 wordt De Haere verkocht aan de vermogende en invloedrijke Deventer wijnkoper Arnoldus van Suchtelen. Hij betaalt voor het landgoed en de havezate 7.350 gulden.
In 1768 komt het huis in handen van de zoon van Arnoldus: Jan van Suchtelen. Hij voert een ingrijpende verbouwing door, deels om het huis aan de eisen van die tijd aan te passen, deels om er zijn vrouw en tien kinderen te kunnen herbergen. De Haere wordt grotendeels opnieuw opgetrokken, waarbij de belangrijkste elementen voor de huidige vorm van het huis worden gelegd: een omgracht hoofdgebouw met twee vooruitspringende vleugels, met daartussen een portiek en een balkon en rechts een toren. Ook het landgoed wordt aangepakt en krijgt een lanenstelsel in de vorm van een uitgerekt wybertje volgens de principes van de Franse geometrische stijl. De familie Van Suchtelen houdt de havezate in bezit tot het in 1840 openbaar verkocht wordt.
De familie Smissaert
Julie Adrienne Mittendorf wordt de nieuwe eigenaresse. Niet zij, maar haar zoon Pierre Gustave Voûte drukt later een belangrijke stempel op De Haere. Zeven jaar later verkoopt Mittendorf het huis en het landgoed aan jonkheer en luitenant ter zee Charles Smissaert. Smissaert trouwt met jonkvrouw Anna Sophia Isabella Lewe tot Aduard en samen laten ze het huis ingrijpend verbouwen en uitbreiden. Zo legt hun zoon de eerste steen van de portierswoning naar Zwitsers model aan de IJsseldijk. In de amper twintig jaar dat Smissaert De Haere bewoont krijgt het landgoed een geheel ander aanzien. Smissaert breekt met de traditie en principes van de geometrische aanleg en creëert een landgoed in landschappelijke stijl, waarbij gestreefd wordt naar een natuurlijke eenheid tussen de tuinen en het omringende landschap. Kenmerkend hiervoor is het open karakter van de aanleg, met grote open weiden, vijvers en doorzichten. Zo krijgt de buitengracht zijn huidige omvang en komt er een brug over de gracht zodat de bewoners een wandeling door het grote weiland konden maken. Ook wordt in die tijd de Haereweg aangelegd, waarna de IJsseldijk voortaan de ‘voorkant’ van het landgoed wordt.
Pierre Gustave Voûte
Na de dood van Anna, in 1866, verkoopt Charles de havezate aan de Fransman Pierre Gustave Voûte. Voûte, als kind opgegroeid op De Haere, besluit van het huis en landgoed zijn levenswerk te maken. Voûte is een zonderling figuur, waarvan het verhaal wil dat hij in Parijs gevangen was genomen op verdenking van spionage en sindsdien ‘de weg kwijt is’. Hoe het ook zij, Voûte heeft ambitieuze plannen voor De Haere. De havezate wordt door hem rijk gemeubileerd en hij creëert het Engelse landschapspark met de nieuwe vijver aan de achterzijde van de havezate. Ook laat hij de dakruiter en de torenkamer in neoclassicistische stijl bouwen en als tuindecoratie ten zuidoosten van het kasteel een folly optrekken: een nep-ruïne met schietgaten en een stuk van een verdedigingsmuur, zoals in zijn vaderland wel meer voorkwam. Niemand begreep wat de bedoeling was van deze zonderlinge bouwheer. Het schijnt dat Voûte van plan was om een onderaardse gang van het kasteel naar de folly te bouwen om aan zijn ‘vijanden’ te kunnen ontsnappen.
Hoe het ook zij, Voûte was een kleurrijke eigenaar. Door geldgebrek raakt de havezate in de jaren ’80 van de 19e eeuw behoorlijk in verval en Voûte ziet geen andere uitweg dan het huis en landschap te veilen. Die veilig gaat echter niet door als Voûte onderwacht in 1901 sterft. Huis en landgoed laat hij na aan zijn huishoudster, die zich geen moment bedenkt en verkoopt het geheel onmiddellijk – nog voor haar voormalig baas begraven is…. – aan de eigenaar van het naburige Hoenlo, jonkheer Willem Hendrik Teding van Berkhout. Zij verkopen het huis aan hun dochter Charlotte Frédérique die gehuwd is met Frederik Willem des Tombes, een geslacht van rijke industriëlen uit Den Haag.
Vrienden van De Haere
Met het overlijden van Charlotte Frédérique in 1951 komt een einde aan de adellijke periode van De Haere. Haar weduwnaar en erfgenaam Frederik Willem des Tombes blijft tot 1962 wonen op het landgoed om het in datzelfde jaar te verkopen. De gemeente Deventer, die grote stedenbouwkundige ambities heeft en De Haere daarbij als een belangrijk recreatiegebied ziet, wordt de nieuwe eigenaar. In afwachting van de nieuwe ontwikkelingen wordt het huis voor een symbolisch bedrag van 1 gulden gehuurd voor de ‘Vrienden van De Haere’ die de havezate als vakantiehuis gebruikt. Hiermee wordt voorkomen dat het huis verder in verval raakt.
Stichting IJssellandschap
In 1996 wordt het landgoed in zijn geheel door de gemeente verkocht aan Stichting IJssellandschap. Deze stichting begint in 1997 met de restauratie van het kasteel en het herstel van het park. Omdat op het landgoed diverse stijlen uit verschillende perioden zijn toegepast, moest eerst de vraag beantwoord worden welke stijl als uitgangspunt zou worden genomen: de Franse geometrische stijl (uit de tweede helft achttiende eeuw) of de Engelse landschappelijke stijl (uit het midden van de negentiende eeuw). Besloten werd een mix van beide stijlen te gebruiken bij de restauratie. Binnen de grote lijnen van de geometrische stijl zijn de vlakken volgens de landschappelijke stijl ingevuld. De restauratie van kasteel en park wordt in 1999 afgerond.
Anno nu
Doelstelling van Stichting IJssellandschap is om naast het behoud en de versterking van cultuurhistorische en natuurhistorische waarden ook te streven naar een koppeling van bezit en functioneel gebruik. Dat betekent voor De Haere dat er gezocht wordt naar een combinatie van woon- en werkruimte. Vanaf maart 1999 wordt het landhuis weer bewoond. Baron en barones Van Dedem nemen hun intrek op de eerste verdieping en drijven op de begane grond een kunsthandel. Zij verlaten De Haere in 2007. In de zomer van 2008 betrekt Stichting IJssellandschap de bovenverdieping waar ze kantoor houdt. Voor de benedenverdieping wordt een nieuwe bestemming gezocht en gevonden. Hans en Marion Olthof (broer en zus) huren deze verdieping en stellen die open voor publiek. Hun missie is om van De Haere een uitspanning te maken waar mens, cultuur en natuur elkaar ontmoeten.